Rechtrichten: Hoe?

Rechtrichten door middel van buigingsarbeid

  • Rechtrichten is basis voor het verdere werk. Vergelijk het met een auto, hoe kun je een race rijden als je auto naar één kant trekt. Deze zal eerst uitgelijnd moeten worden. Hoe kun je tennissen met een racket dat niet correct is gespannen en je geen bal op de juiste manier zal kunnen terugspelen.
  • Zoals je bij een auto ter plekke handelingen kunt uitvoeren waardoor de auto weer recht is, zal het bij een paard langer duren. De spieren van een paard moeten getraind worden, waardoor hij uiteindelijk recht(er) wordt.
  • Het rechtrichten kan in het begin soms pijnlijk zijn voor het paard. Denk maar eens aan je eerste zwemlessen, waarbij je spierpijn in je nek had en zere armspieren.
  • Door je paard te buigen in verschillende zijgangen, worden de slappe en stugge spieren aan beide kanten lang gemaakt en aangespannen. Hierdoor worden de spieren aan beide kanten sterker en wordt je paard 'uitgelijnd'. Het verschil tussen de 'moeilijke' en de 'makkelijke' kant zal kleiner worden en je paard dus rechter.

    Er zijn diverse buigingsoefeningen/zijgangen waarmee je kunt rechtrichten. De zijgangen zullen het paard soepel en ongedwongener laten bewegen en er ontstaat een grotere mate van gehoorzaamheid. De zijgangen zorgen ervoor dat het paard bewust gaat worden van zijn achterhand en deze gaat gebruiken. Ook zal hij beter reageren op been- en teugelhulpen. Deze kunnen uitgevoerd worden tijden het longeren, werken aan de hand of onder het zadel. Hieronder staan ze beschreven.
     

     linksbuiging    rechtsbuiging
     
    In stilstand buiging links en rechts
    Dit is een goede warming up, want de spieren worden aan beide kanten gestretcht. Het paard moet hierbij buigen van achter zijn oren tot aan zijn staart. Als je voor je paard staat kun je zien of hij met zijn binnenheup iets naar voren komt, dat is het teken dat hij in zijn hele wervelkolom buigt.

    longeren











    Ondertreden
    Doordat het paard zijn binnenbuikspieren aanspant en zijn buitenspieren lang maakt komen zijn binnenheup en binnenschouder dichter bij elkaar, waardoor het paard met zijn binnenbeen onder de massa kan treden.
    Het blauwe puntje is het zwaartepunt van het paard. Als je bij wijze van spreken daar een singel omheen doet en hem daaraan ophangt, zal hij in evenwicht hangen. Gewicht kun je het makkelijkst dragen door recht onder het zwaartepunt te tillen, daarom is het belangrijk dat een paard zijn achterbeen onder het zwaartepunt neerzet.

    ondertreden

    Volte / Longeren
    Op de volte moeten de drie basis elementen van het rechtrichten aanwezig zijn, zijn binnenachterbeen moet onder de massa treden, hij moet voorwaarts neerwaarts blijven en lengtebuiging houden.
    Een volte is moeilijker, omdat hij geen houvast heeft aan de wand en zelf de buiging moet behouden. Het is een goed middel om te kijken of het paard daadwerkelijk zijn buikspieren aanspant en met zijn binnenheup naar binnen komt. Doet hij dit niet dan zal hij uitzwaaien van achteren en dus scharen met zijn achterbenen, in plaats van ondertreden.

    schouderbinnenwaarts

    Schouderbinnenwaarts
    schouderbinnenwaartsBij de schouderbinnenwaarts loopt het paard in een voorwaarts, zijwaartse beweging, waarbij het lichaam van nek tot staart in de lengte gebogen is. Hierbij wordt de buiging van het binnenachterbeen getraind. Deze moet ondertreden en het gewicht gaan dragen, in plaats van het gewicht vooruit te stuwen. Door het dragen van het binnenachterbeen ontstaat bij de buitenschouder meer vrijheid. 
    Schouderbinnenwaarts kan op drie of vier hoefsporen worden uitgevoerd.   

    travers

    Travers 
    traversHierbij wordt de buiging van het buitenachterbeen getraind.
    Het paard moet leren om met zijn buitenachterbeen onder zijn zwaartepunt te treden. Deze moet de massa gaan dragen en zorgt voor schoudervrijheid van de binnenschouder. 
    Het paard moet hierbij met zijn buitenachterbeen onder de massa treden, dus in het spoor van het binnenvoorbeen komen. Het naar binnen stellen van de achterhand is vaak geen probleem, maar het onderhouden van de juiste lengtebuiging is de moeilijkheid. Travers kan op 3 of 4 hoefsporen worden uitgevoerd.

    renvers
    Renvers
    renversDeze lijkt erg op schouderbinnenwaarts maar dan met de buiging de andere kant op. Bij de renvers komt, net als bij de travers, het buitenbeen onder de massa, maar daarbij is de achterhand naar de wand gericht en de voorhand naar het midden van de rijbaan.
    Bij de renvers heeft het paard geen steun en aanleuning aan de wand en moet het paard perfect aan de hulpen gehoorzamen en op eigen benen de oefening uitvoeren.
    appuyeren Appuyeren
    appuyerenIs de travers op de diagonaal. Het paard gaat over de diagonaal waarbij hij in lengtebuiging, in een voorwaarts-zijwaartse manier beweegt en kijkt in de richting waar hij heen gaat. Het binnen- en buitenachterbeen treden om de beurt onder het zwaartepunt. Hierbij wordt de buiging van beide achterbenen getraind.